2022-09-27

Auteur: Opvoedinformatie Nederland

Tijdens de bevalling

Je bevalling begint met ontsluitingswee├źn waarna (meestal) je vliezen breken, waarna je de verloskundige belt. Wat kun je verwachten tijdens de bevalling?

Een bevalling begint met ontsluitingsweeën. Je voelt dat je baarmoeder zich steeds samentrekt en dat dit steeds wat sneller gaat en sterker wordt. Als je denkt dat je bevalling begonnen is, bel je je verloskundige of als je onder leiding van de gynaecoloog bevalt, bel je het ziekenhuis. De verloskundige zal altijd eerst thuis bij je komen kijken.

Je weet nooit precies hoe je bevalling zal gaan. Dat geldt voor een eerste bevalling, maar ook voor volgende bevallingen. Meestal verloopt de tweede bevalling sneller dan de eerste, omdat de weefsels door de eerste bevalling al wat opgerekt zijn.

De eerste fase van de ontsluiting

Je krijgt weeën. Je voelt de samentrekkingen van de baarmoeder. De weeën kunnen in het begin nog wat onregelmatig komen maar worden steeds regelmatiger. Bovendien worden ze ook wat krachtiger. De weeën zijn goed te verdragen. De baarmoedermond gaat openstaan. Dat is wat we bedoelen met ontsluiting. Bij een tweede of volgende bevalling kan deze eerste fase wat sneller gaan dan bij je eerste bevalling. Je begint soms al met een tot twee centimeter ontsluiting.

De actieve fase van de ontsluiting

De ontsluiting van de baarmoederhals gaat verder van 4 tot 10 centimeter: de volledige ontsluiting. De weeën zijn nu krachtig en komen om de paar minuten. Je hebt bijna altijd nog een minuutje rust tussen de weeën door om even op adem te komen. De baby daalt nu meestal ook wat dieper in het bekken. Je kunt de aandrang voelen om te gaan persen. Als je 10 centimeter ontsluiting hebt, heb je 'volledige ontsluiting' en krijg je vaak ook onhoudbare persdrang. Dat is het moment dat de volgende fase kan beginnen.

De uitdrijving

Als je volledige ontsluiting hebt, mag je persen bij elke wee. Hoe lang dit duurt hangt van veel dingen af, bijvoorbeeld van hoe sterk je weeën zijn, of het je eerste of tweede kindje is en hoe het ligt in je bekken. Gemiddeld duurt het bij je eerste kindje een uur. Bij een volgend kind duurt het persen gemiddeld tien tot dertig minuten.

In het begin zie je nog helemaal niets als je perst en voel je de baby ook nog niet komen. Toch gebeurt er binnen in je bekken wel al veel. De baby is daar aan het draaien om er goed uit te komen. Aan het einde voel je de opening van je vagina langzaam oprekken en wordt je baby geboren.

De nageboorte

Als de baby er is, moet de placenta (moederkoek) nog geboren worden. Dat is de nageboorte. Soms gebeurt dat na een paar minuten, maar het kan ook nog een uur duren. In de tussentijd kunnen jullie kennismaken met je baby en kun je hem of haar alvast aan de borst leggen om de placenta sneller geboren te laten worden. Meestal krijg je eerst ook weer wat weeënachtige krampen. Als je bevalling heel snel is gegaan, kun je wat meer last van naweeën hebben.

Hulp bij de bevalling

Je arts of verloskundige helpt jou om je kind veilig geboren te laten worden. De verloskundige:

  • let vanaf het begin van de bevalling tot en met de nageboorte op jouw toestand en die van je baby;
  • grijpt in als dat nodig is;
  • ondersteunt je bij het opvangen van de weeën;
  • geeft je aanwijzingen bij het persen;
  • belt een gynaecoloog als dat nodig is;
  • controleert jouw gezondheid en die van je kind na de geboorte.

Thuis wordt de verloskundige geassisteerd door de kraamverzorgende.

Reageer op dit artikel

Alle reacties

Even met iemand praten? Gebruik de chatfunctie. Ons online team staat voor je klaar.